De lessen

  0 Voorwoord
1
  2 De pantalon
  3 Steekzakken
  4 Steekzakken (2)
  5 Dakzakken
  6 Het achterbeen
  7 De gulpsluiting
  8 Vervaardigen van
Pantalon
  9 Het maatnemen
  10 Universeel patroon
  11 Modelleren
  12 Colbertmouw
  13 De kraag
  14 Doorknoopjurk
  15 Joggingjack
  16 Joggingpantalon
     
   
     
     
   
     
     
     
     
     
     
     
     
 

Les 6 - Het achterbeen

1. Figuurnaden stikken en persen, dan indien met achterzakken wenst, op het achterbeen aftekenen, 7cm van boven en 5cm van de zijnaad. Voor een sportpantalon opgestikte zakken nemen.

2. Een lapje van 19cm lang en 15cm breed. Een lapje voering van 15cm lang en 13cm breed. Dit kleinere lapje plakken we met viledon(opstrijkbaar plakvlies) op het andere lapje, zodat er boven 3cm overblijft voor het beleg en bij de drie andere kanten 1cm voor het omrijgen(1-fig.1).

fig. 1
Klik op plaatje om te vergroten

3. We rijgen eerst het beleg om en naaien dit vast. Vervolgens rijgen we de andere drie kanten 1cm om de geplakte voering(2-fig.1). Tenslotte vouwen we de onderste hoekjes om, zodat het niet zo rechthoekig wordt(3-fig.1). Voordat wij de achterzakken oprijgen, eerst de afgetekende achterzakken “lussen” (steken inslaan, vakterm).

4. Nu kunnen we de achterzakken oprijgen en stikken. De achterbenen zijn nu klaar en de zijnaden kunnen gestikt worden. Om de naad goed gelijk te stikken kunnen we rijgen of spelden, maar we kunnen ook het volgende foefje gebruiken: we leggen het voorbeen met de goede kant naar boven plat op de tafel en leggen daarop het achterbeen met de goede kant naar beneden en wel zo, dat het voorbeen met de zijnaad een ruime cm er onderuit komt. Nu zetten we zowel op het achter- als het voorbeen dwarsstreepjes(met bijv. krijt of plat stukje zeep)(fig.2). Bij het stikken van de zijnaden moeten deze op elkaar gelegd worden.

fig. 2
 

 

    Website gemaakt door reddogproducts © 2010/2013 | Copyright