De lessen

  0 Voorwoord
1
  2 De pantalon
  3 Steekzakken
  4 Steekzakken (2)
  5 Dakzakken
  6 Het achterbeen
  7 De gulpsluiting
  8 Vervaardigen van
Pantalon
  9 Het maatnemen
  10 Universeel patroon
  11 Modelleren
  12 Colbertmouw
  13 De kraag
  14 Doorknoopjurk
  15 Joggingjack
  16 Joggingpantalon
     
   
     
     
   
     
     
     
     
     
     
     
     
 

Les 2 - De pantalon

Maatnemen pantalon

 

(Fig. 1 staand)

Bandwijdte, of taillewijdte(TW). Niet te strak.

Basinwijdte, of heupwijdte(BAS). Ruim meten.

Zijlengte. Tot de grond op blote voeten.

 

(Fig. 2 de stoel)

Zithoogte(ZH). Van heup naar stoel.

Zijlengte – Zithoogte = schritlengte.

Voetwijdte: naar smaak of naar de mode.

 

De opstelling van het VOORBEEN

Neem een patroonpapier ter lengte van de pantalon(zijlengte) + 20cm. Overgebleven behangpapier is zeer geschikt.

1. We beginnen met een lange horizontale lijn. Rechts daarvan een verticale lijn naar boven. De hoek noemen we B (van band).

2. Van B meten we Zithoogte (ZH) en pantalon-lengte (PL). Ook vanuit deze punten trekken we lijnen naar boven.

fig. 3
Klik op plaatje om te vergroten


3. Bij ZH gaan we 3x 1/10 Basinwijdte naar boven, K = kruispunt (fig.3). De afstand ZH naar K delen we door twee en we trekken een lange lijn, parallel met de lijn PL-B. Dit wordt de vouw van de pantalon.

fig. 4

4. Bij K gaan we 5cm naar beneden en trekken een lijn naar rechts (zie stippellijn fig. 4). Dit wordt middenvoor: MV.

fig. 5

5. Op de lijn MV geven we een dwarsstreepje ±5cm rechts van K. Dit is punt G van Gulp. We tekenen de gulp vanuit K met een mooie gebogen lijn over G en dan recht naar MV.

6. Van MV naar B meten we 1/4 bandwijdte + 2cm. Dit is B2. Verbind B2 met een gebogen lijn met ZH (fig.6)

fig. 6
fig.7

7. Bij B2 gaan we 6cm naar boven en trekken daar een lijntje naar links ±6cm lang. Dit wordt het figuurnaadje voor het heupbot.

8. De voetwijdte hangt af van de mode of je eigen smaak. De meest modevakscholen nemen als maatstaf de lengte van de blote voet. Is deze bijvoorbeeld 24cm dan wordt deze aan weerszijden van de vouw verdeeld, dus 12cm aan weerszijden van de vouw een dwarsstreepje. De één verbinden met ZH, de ander met K.(fig.7)

9. Een zoom aangeven van 5cm. Voor een omslag 10 cm.

10. Het beleg voor de voorsluiting wordt direct aangesneden, ± 3cm.

fig. 7a
 

HET ACHTERBEEN

Eerst het voorbeen uitknippen en midden op nieuw papier leggen. Zorg ervoor dat het niet verschuiven kan.

fig. 8

1. De lijnen B2-MV, ZH-K en PL-PL worden doorgetrokken (zie fig. 8).
2. Nu gaan we de kniehoogte bepalen. Wij meten ZH-K naar PL en delen dit door 2 (zie fig. 8). Trek hier 4cm van af en trek een lijn(KN).
3. De zijnaad tot de knie van het achterbeen wordt 2cm wijder dan het voorbeen. Zo ook de tussenbeensnaad (zie de rode stippellijnen in fig 8).
4. Nu rekenen we 1/10 bas+2cm uit en delen dit door 2. De ene helft vanuit K naar boven(KP). De anderen helft bij ZH naar beneden.

fig. 9

5. Nu verbinden we de punten KN met ZH maar trekken de lijn helemaal door tot de B lijn. Dit wordt B3.
6. Van B3 gaan we ¼ bandwijdte+5cm naar boven. Dit wordt BA (= band achter) (zie fig. 9).
7. Het kruispunt(KP) van het achterbeen loopt gelijk met de holte van het kruisje van het voorbeen: zie de dikke lijn in fig. 9.
8. Nu G verbinden met BA. Zie stippellijn.
9. De afstand meten van G naar ZH van het voorbeen en vervolgens het voorbeen weghalen.
10. De gemeten afstand van het voorbeen G-ZH leggen we bij de zijnaad van het achterbeen aan. Is dit bijvoorbeeld 26cm, dan leggen we de maatband bij 26cm op de zijnaad bij ZH.
11. Nu meten naar de zitnaad (zie fig.10) ½ Bas+5cm.

fig.10
fig.11

12. Nu kan het gebeuren dat we onder de zitnaad uitkomen. Deel het verschil door twee en verdeel het onder en boven. Is het verschil bijvoorbeeld 4cm, zet dan zowel bij zitnaad als bij zijnaad een dwarsstreepje op 2cm (zie de dikke blauwe lijntjes in fig. 10).
13. Nu gaan we vanaf de knie, de zijnaad corrigeren. We trekken de zijnaad door over het nieuwe teken, tot B3.(fig. 11)
14. Bij B3 haaks op de nieuwe zijnaad een lijn trekken naar boven, dus iets schuin naar rechts.
15. Vanaf B3 meten we ¼ bandwijdte + 5cm.
16. Trek vanuit dit punt een lijn over BA en het correctiestreepje naar het holste punt van de zitnaad.
17. De figuurnaad voor de bibs ligt op de helft van de band en is ongeveer 14cm lang.(fig.12)
18. De naden zijn overal aangesneden (dat wil zeggen overal is al met 1cm naad rekening gehouden), behalve bij de zitnaad. De zitnaad krijgt 2 ½ à 3cm inleg (zie rodelijn in fig. 12.) Niet verder dan de holte. Nu kun je je patroon uitknippen en uit de lap knippen.

fig.12
 

19. De band van de pantalon is 2 x ½ bandwijdte + 10cm, zie band(boord) van de rok.

 
    Website gemaakt door reddogproducts © 2010/2013 | Copyright